15 sep. 2011

Canada 2011: de lange reis naar Vancouver Island


14 september

700 kilometer in vogelvlucht, 1100 kilometer langs de weg, dwars door de Rockies en het Canadese Kustgebergte. Dat was de weg die we voor ons hadden op de ochtend van de 14de september. We begonnen de tenten af te breken nog voor de zon goed en wel op was, en lang voordat ze het land weer begon te verwarmen, waren we reeds aan het kilometervreten begonnen. We ontbeten pas toen we een paar honderd kilometer achter de kiezen hadden, in een diner in een gat dat de naam "gehucht" niet waardig is, ergens middenin de pampa.



Weet je wat ik onderhand heb geleerd? Als je door het Noord-Amerikaanse landschap rijdt, kan je puur aan de hand van de plaatsnamen en de opeenvolging daarvan al afleiden of je in ontwikkeld gebied bent, of middenin beschavingsniemandsland. Als je bordjes begint tegen te komen met "White River", "Blue River", "Beauty Creek" en "Thunder River", en die allemaal slaan op kluitjes huizen in the middle of nowhere, hou je dan maar vast. De kans is groot dat de inboorlingen in dat gebied nog nooit hebben gehoord van zoiets geks als België. Of Europa. Of misschien zelfs Canada. Geloof me, er zijn daar mensen die geeneens weten in welk land ze elke ochtend opstaan, en er ook geen mallemoer om geven. Gelukkig zijn ze vaak wél heel vriendelijk.

700 kilometer in vogelvlucht, 1100 kilometer langs de weg, dwars door de Rockies en het Canadese Kustgebergte. Dat was de weg die we voor ons hadden op de ochtend van de 14de september.

We ploegden ons een weg door het Canadese westen, uren en uren en uren aan een stuk, met slechts nu en dan een vlugge toiletstop of een iets langere picknickpauze. We doorboorden de hele Rocky Mountains, en belandden op wat in vakjargon het Interior Plateau wordt genoemd, een schier eindeloos gebied van dorre, rollende heuvels, om vervolgens weer te beginnen klimmen naar het Kustgebergte waar het fancy ski-oord van Whistler is gelegen. We volgden de omschrijving in de Rough Guide naar de locatie van de jeugdherberg, maar eens daar aangekomen, bleek deze na de Olympische winterspelen van 2010 verplaatst te zijn naar een site geheel aan de andere kant van de stad. Pech, zal je denken, maar daardoor wisten we toch maar weer wat "wildlife" te spotten, hoewel in een niet zo wilde setting...


Whistler zelf is een droom van een skidorp. Of stad, dat is wat lastig te zeggen. Permanent wonen er slechts zo'n 10.000 mensen, maar in het winterseizoen vervierdubbelt dat al gauw, en daar is de infrastructuur ook op toegerust. Wij waren er in de zomer, en dan heb je een beetje het gevoel dat er iets mist, een zekere dichtheid; maar leeg was het er absoluut niet. Je hebt alleen het gevoel dat het er pas écht beestig moet zijn in de winter, als er een halve meter sneeuw ligt en de jetset van Vancouver en verre omstreken er de latten komt aanbinden. Er zijn talloze bars, restaurants, en ga zo maar door, al hebben wij het met ons moede lijf gehouden op een tacobar en een vlugge rit terug naar de jeugdherberg. Die trouwens het jaar ervoor nog dienst had gedaan als verblijf voor de Olympiërs.
de Trans Canada Highway waar hij het Kustgebergte kruist. Nogal een snelweg hé!

roadkill
Een vriendelijk mevrouwtje dat ons de weg versperde, op een van de zeer zeldzame wegen die er niet perfect bijlagen (ze waren hem dan ook aan het herstellen)
wildlife in het Kustgebergte
de uiterst zeldzame papierbeer



15 september

De tweede dag was er opnieuw een van rijden rijden rijden, met als afwisseling een uurtje filestaan bij de boot in Horseshoe Bay, en de boottocht zelf natuurlijk. Deze bracht ons over de Salish Sea naar Vancouver Island, een eiland dat trouwens groter is dan heel België. En aangezien onze bestemming helemaal aan het westelijke eind lag, hadden we ook na aankomst in Nanaimo nog zo'n 200 km voor de boeg, dwars door het Eilandgebergte dat de ruggegraat vormt van Vancouver Island.

zeer zinnige ondertitels
uitzicht vanop de boot, vlak voor het vertrek uit Horseshoe Bay. Jep, het was schijtweer.

de gematigde regenwouden van Vancouver Island

de eerste blik op de Stille Oceaan

opgepast voor tsunami's!

Long Beach, Vancouver Island. Een kilometers lang strand op het uiterste westen van het Noord-Amerikaanse continent. Als je hier in zee steekt en naar het westen vaart, kom je pas duizenden kilometers verderop weer land tegen... En daar hebben ze spleetogen. Als je de andere kant opkijkt, landinwaarts, valt je mond open van verbazing: geen eindeloze rij flatgebouwen, geen boulevards vol flanerende dagjestoeristen, geen... Niets. Wat je ziet is een muur van torenhoge bomen, waaruit de rijke geuren en kleuren opstijgen van een gematigd regenwoud. Onze camping lag middenin dat woud, met slechts een klein wandelweggetje naar het strand, volledig opgaand in de begroeiing. Aan de takken hingen lange baardmossen, de hele woudbodem was bedekt met mos, en alles ademde vochtige stilte uit. Toen de schemer begin in te zetten, repten we ons via het pad naar het strand, waar we nog net op tijd waren om de zon (voor mij de eerste maal in mijn leven) te zien ondergaan in de Stille Oceaan.

Long Beach, Vancouver Island. Een kilometers lang strand op het uiterste westen van het Noord-Amerikaanse continent

toilethuisje langs het wandelpad naar het strand: een kleine 
toegeving aan het comfort

vlak voor...

... en vlak na de zonsondergang. Bassie (l) en Francis (r) als topmodellen