19 sep. 2011

Canada 2011: Vancouver (dag 2)

Ontwaken in een jeugdherberg na weken in een tentje (op Whistler na) valt met weinig te vergelijken. Het voelt heerlijk. Een warm bed, zelfs redelijke warmte daarbuiten, beschaving... zalig. 's Ochtends kunnen gaan douchen zonder door de kou te moeten trippelen is nog zo'n feest. Het ontbijt was weliswaar bescheiden in de onderbuik van de jeugdherberg, maar er lag een prachtige stad op ons te wachten, dus niet geklaagd!

De keukens van de jeugdherberg,  waar je zelf je potje
mocht klaarmaken.  Foto afkomstig van Outpost Magazine

Toen we ons eenmaal in onze stappers hadden gehesen, begonnen we aan een ochtendwandeling door de stad. We trokken naar de westelijke rand van Downtown Vancouver, waar de hoogbouw van de stad plots overging in de zacht kabbelende golven van de Stille Oceaan. Op de grens van beide lag een smalle strook groen, compleet met wandel- en fietspad. In de ochtendlijke friste, onder een zoete blauwe hemel, wandelden we tussen stad en oceaan naar het noorden, waar Stanley Park op ons wachtte. En in dat park: Vancouver Aquarium.


Frank op Sunset Beach. Aan de einder de 
toegang tot de Burrard Inlet

de lokale fauna op de oever van de Lost Lagoon in Stanley Park

nog meer Lost Lagoon (geen zorg, ze is intussen terecht)

de jachthaven aan de andere kant van het schiereiland

deze rakker verwelkomde ons bij het 
Aquarium

Vancouver Aquarium is meer dan een bak vol water. Het is een volledig museum gewijd aan de onderwaterwereld, inclusief tanks met prachtige vissen, kwallen, zeeleeuwen en ga zo maar door. Er is een hele afdeling met landdieren ook, zelfs een kleine vlindertuin! Buiten heb je een joekel van een tank voor beloega's, eentje voor zeeotters en een voor dolfijnen, en boven het water worden roofvogelshows gehouden. We snuisterden er rond tot de middag, en toen gingen we in groepjes uit elkaar. Iedereen had wel wat plekjes in gedachten die hij wou bezoeken, en dus hadden we gewoon in de vooravond afgesproken aan de jeugdherberg. Francis, Bassie en ik hadden de vorige avond besloten dat we een bezoekje zouden brengen aan Capilano Suspension Bridge een eind ten noorden van de stad, en dus wij op zoek naar een bus die ons daarheen kon brengen...

één zeester...

en een gigantische massa krioelende zeezonnen (meerdere 
zonnen en één ster: has the world gone mad?)

vissen zwemmen wel degelijk in scholen... Ten bewijze hier 
een foto van een klaslokaaltje, met de meester vooraan

wat een kwal!

dolfijn!

zeeleeuw!

zeearend!

beloega!

Bleek dat een bushalte vinden vanwaar je naar de overzijde van Burrard Inlet geraakte, moeilijker was dan gedacht. In heel Stanley Park zelf was maar één bushalte, en die ging de verkeerde richting uit. We moesten dus eerst te voet naar de stad, om van daaruit per lijnbus terug naar het noorden te gaan. Even wachten op een langzaam volstromend busperron, maar uiteindelijk waren we onderweg. Op naar, helaas, een ontgoocheling...

Capilano Suspension Bridge is een houten hangbrug over een kloofdal, omringd door de prachtige, weelderige vegetatie van het gematigde regenwoud. Zo'n omgeving hadden wij weliswaar de laatste dagen al vaker gezien, maar dat was niet de ontgoocheling. De ontgoocheling was de prijs: 30 dollar (zo'n 23 EUR) om wat over een wiebelbrug te lopen, begod! Nee, voor zo'n gekkigheid hadden we dat niet over. Wij ons dus maar weer aan het voorbereiden op de lijnbusreis terug, tot we op de parking een reisbus zagen staan die in gratis vervoer terug naar Downtown voorzag! Speciaal voor Vancouverse toeristen die een uitstapje naar de hangbrug wilden maken. Je kan je voorstellen dat we al heel snel op die bus zaten. Een kwartiertje later, en volkomen gratis, werden we afgezet op het plein met de ronkende naam Canada Place. We lunchten in een Starbucks op de begane grond van het gigantische World Trade Office Complex, en trokken toen weer verder. Volgende stop: Vancouver Lookout!

Vancouver Lookout is een toren vanwaaruit je op 130 m hoogte over heel de stad kan uitkijken. Er zijn sinds de bouw van de toren weliswaar een aantal hogere buildings gebouwd, maar dat doet niets af aan het feit dat je als een adelaar over de straten van de stad uitkijkt: het uitzicht is er geweldig. Bovendien heb je een hele reeks interactieve stands waar je meer informatie krijgt over de geschiedenis van het gebouw en de stad. En het mooiste is: je betaalt maar 15 dollar, én je mag met je ticketje na zonsondergang terugkomen om de stad bij nacht te zien!


de haven van Vancouver

door de kaarsrechte lanen kan je 
mijlenver kijken... 

uitzicht quasi onder je voeten

Toen we uit de Lookout Tower kwamen, was de dag alweer een heel eind gevorderd. En wij hadden tot ons afgrijzen nog shopwerkzaamheden te verrichten. Terug naar Water Street dus, waar we tergend traag van winkeltje naar winkeltje kropen op zoek naar het ideale thuisblijverscadeau. Bassie begon intussen in sneltreinvaart - en geheel terecht - gefrustreerd te geraken dat hij nu door een stad aan het slenteren was (wat je, alles welbeschouwd, ook thuis kan doen) terwijl er daarbuiten een hele wereld aan natuur en wild en berglandschap lag te wachten! Bij elk winkeltje begon hij iets dieper te grommen in zijn keel, tot we op stap leken met een bronstige grizzly.
Toen de aankopen achter de rug waren, en de bronstige Bassiebeer op het punt stond willekeurige voorbijgangers te beginnen verslinden (Francis en ikzelf waren in een weinig luchtiger bui), trokken we terug naar het centrum, waar we ons gemoed wisten af te koelen met een heerlijk ijsje met zicht op de prachtige Burrard Street.

Burrard Street is zo'n beetje de hoofdstraat van Downtown Vancouver. Als je de machtige buildings van glas en staal van dichtbij wil zien, moet je hier zijn. Een eindeloze aaneenschakeling van sierlijke wolkenkrabbers, met hier en daar - heel raar - een historisch gebouw dat er *plop* tussen lijkt te zijn gezet. In werkelijkheid was het natuurlijk omgekeerd, maar daar maalt geen mens om. Burrard Street is ook maar een straat, maar een wandelingetje is best indrukwekkend. Of toch voor een wolkenkrabbermaagd als ikzelf. Bovendien was het een prima manier om tijdig op onze afspraak te zijn bij de jeugdherberg.

Burrard Street: spiegelbuildings

lijkt bijna op een sprookjeskasteel - maar
dan heel eng en over the top

oh jawel, u leest het goed!

Die avond zou de laatste avond van ons Canadees avontuur worden. Geen kampvuur meer onder de sterren, en daar waren we wel degelijk sip om, maar gelukkig konden we wel in een van de geweldigste restaurants van het continent terecht. En dat bedoel ik letterlijk: de kok van het restaurant, zo bleek, was in 2010 uitverkozen tot beste kok van Noord-Amerika. En dat was niet eens onze bedoeling! We waren namelijk gewoon naar Yaletown gegaan, dezelfde buurt waar we de avond tevoren hadden gegeten, en slechts één huizenblok van Earl's vonden we het weinig imposant klinkende Cactus Club Cafe. Er was zelfs een klant op het terras nodig om ons te overhalen!
Eens binnen werden we echter al snel heel erg in de watten gelegd - hoewel we er waarschijnlijk niet zo geweldig chic uitzagen. En de maaltijd... Goddelijk. Nee, echt. Dat is geen superlatief. Gewoon goddelijk lekkere zalm. De portie was geeneens zo groot, en ze gebruikten koriander, waar ik gewoonlijk op wurg... Maar de manier waarop alles was klaargemaakt, maakt dat ik tot de dag van mijn dood zal blijven 'Vancouver' lispelen, wanneer ze me vragen waar ik de beste zalm ooit heb gegeten. Mán, wat was dat lekker.

Toen alle lekkers verorberd was, en de avond definitief in de nacht was vergleden, gingen de meesten terug naar de jeugdherberg. Maar niet wij: Francis, Bassie, ikzelf... en ook Luc, die blijkbaar diezelfde dag ook op de Lookout was geweest! Want dat was ons doel: Vancouver bij nacht gaan bewonderen vanop 130 m hoogte. De wandeling erheen was toch al snel een dik kwartier, maar ook 's nachts was de stad best mooi, dus het kon geen kwaad haar eerst eens van onderaf te bezichtigen. Als je wil weten hoe de stad er van bovenaf uitziet, kijk dan zeker even hieronder...

in het zuiden: BC Place Stadium

in het westen: de echte hoogbouw met rechts West 
Hastings Street

Toen we 's avonds laat terug in de jeugdherberg aankwamen, stond ons hoofd natuurlijk nog helemaal niet naar slapen. Komaan, het was de laatste avond op Canadese bodem! En dus ronselden we wat dames bij elkaar, en trokken we naar de 'speelruimte' van de jeugdherberg die was uitgerust met een kickertafel, een pooltafel, ranzige hoeveelheden gezelschapsspelletjes en ga zo nog maar even door. We speelden pool tot de uitbaters ons buiten kwamen smijten. Pas toen, en nog steeds zonder goesting, kropen we ons bed in. Vaarwel, Canada! Morgen vliegen we naar huis!