18 nov. 2015

Mexico City - over James Bond, mensenoffers en voortscheurende taxi's

Als je het vorige deel van het reisverslag wil lezen, klik dan hier!

Dinsdag 10/11/2015 – 13:24

Zoals jullie al weten was ik oorspronkelijk van plan om gisteren langs de Templo Mayor te gaan, maar die bleek op maandagen gesloten. Vandaag dus tweede poging gedaan. De ruïnes zelf zijn een beetje "underwhelming", maar de uitleg errond en het museum dat erbij hoort zijn heel indrukwekkend. Blijkbaar is de tempel na de verovering door de Spanjaarden compleet verwoest, en is er op de restanten een paleis gebouwd voor de overwinnaars. Dat is vervolgens in verval geraakt, gesloopt, overbouwd etc, tot de tempel volledig was vergeten. Tot hij ergens 20e eeuw weer toevallig werd ontdekt. Bon, interessant dus! Met veel lugubere details over mensenoffers, joy!


Daarna langs een hotel in de buurt gegaan, waar destijds opnames zijn gemaakt voor de Bondfilm “License to Kill” (met Timothy Dalton). Prachtgebouw, alleen mocht ik er niet in, tenzij ik iets zou nuttigen in de lokale foyer. Graag natuurlijk, ik moest toch eten, maar het was al halftwaalf, en om 12:00 moest mijn kamer in de hostel leeg zijn, dus daar had ik beslist geen tijd voor. 

Eens de kamer was geleegd en mijn bagage veilig opgeslagen, keerde ik nog eens terug naar de kathedraal, die nu wél volledig toegankelijk zou zijn voor het grote publiek. Bleek dat die toch mooier was dan mijn indruk van gisteren had doen vermoeden! En inderdaad reuzegroot.


Daarna... Ik bleef maar aan dat Bondhotel denken. Dus keerde ik terug naar daar, en gaf te kennen dat ik nu wel iets wilde eten. "Natuurlijk meneer, direct meneer," zei de in vurig rood uitgedoste picolo. Hij begeleide me naar binnen, en daar merkte ik pas wat een gigantische pracht en praal hier heerste... 
Met bang hart liep ik naar de bar, waar de bediening geheel in kostuum liep, inclusief hoge hoed. “Oh God,” dacht ik, “dit gaat me een arm en een been kosten!”
"Café, señor?" vroeg een hoge hoed zonder een zweem van “jij hoort hier niet” (hoewel dat precies was wat ik voelde). 
“Certainly,” reageerde ik met zo min mogelijk bibber in mijn stem, waarop hij even later aan kwam zetten met porseleinen servies en een mand vol met de heerlijkste broodjes: zoet, hartig, met confituur, noem maar op. En een kaart, met daarop niets dan ontbijtkeuzes. Nou goed, ik ben niet kieskeurig. Ik bestelde me een Maya-omelet (met nachos en enchiladasaus), en hield mijn hart vast voor de rekening. Goed, de prijs van de omelet stond op de kaart, maar de koffie, de fruitsap, de broodjes...?
Ik at op mijn dooie gemak, genietend van de praal (de obers in hoge hoed die met fluisterpas langslopen, het houten interieur met vergulde elementen), want eens je ergens in verzeild bent geraakt, kan je maar beter genieten van alle positieve dingen zolang dat kan. Anders was het helemaal voor niets. Eens alles op en binnen was (lekker!), en mijn koffie zo'n vijftig keer was bijgevuld, vroeg ik zo onbezorgd mogelijk om la cuenta. En toen die kwam... Lieve hemel, ik kreeg haast een hartaanval! $130!!

En dat is dus absurd weinig! Want hier in Mexico gebruiken ze het $-symbool niet voor dollar maar voor peso, waarvan er zo'n 18 in één euro gaan. Alles samen, conversiekosten inbegrepen, kostte dit grapje me dus amper... 8,28 EUR.

En nu zit ik dus in die prachtige hal van dat hotel, op een rode gestoffeerde bank zo zacht dat ik er haast in verzink, omringd door de prachtigste ruimte die ik ooit heb gezien. Of toch een ván. Maar je moet me niet geloven hoor. Kijk zelf maar!


Wat trivia over het gebouw (die de picolo me vertelde toen hij zag hoe geïnteresseerd ik was): het is eind jaren 1890 gebouwd als mega-ultra-luxe winkelcentrum voor de superrijken. Het was het eerste gebouw met elektriciteit in Mexico (het land of de stad was me niet geheel duidelijk). De glazen Tiffanykoepel was bij zijn bouw de grootste op aarde (met twee andere glasdaken elders in het gebouw op nummer 2 en 3), en zelfs nu zijn er nog maar drie die groter zijn. De liften zijn gebouwd door Otis. En de luchter in de inkomhal hing oorspronkelijk in het keizerlijke paleis, tot keizer Maximiliaan (broer van de Oostenrijkse keizer en schoonzoon van onze Leopold I) onceremonieel voor het vuurpeloton werd gezet.

16:53

Nu ik dit hoogtepuntje had meegemaakt, was het tijd om te migreren. Ik slenterde door de straatjes (die nu langzaam begonnen wakker te worden) terug naar mijn hostel, en nam onderweg het oude hart van deze enorme stad nog een laatste maal in me op. Ik pikte mijn bagage op, en hield een taxi aan. De man hielp me grijnzend met mijn bagage, stapte in, zei iets over zijn schouder dat ik niet verstond maar waar opperste fierheid van afwasemde, en toen ramde hij zijn voet op de gaspedaal.
Met een ruk schoot het kleine wagentje vooruit, vlammend en zigzaggend tussen het verkeer. 
“Eléctrico!” zegt hij glunderend. “Bery Rapido!”


We scheuren door de stad, flitsend van links naar rechts. Twee keer missen we rakelings de bumper van een andere wagen, maar niemand reageert, noch mijn chauffeur noch de andere. We passeren een verkeersagent tegen een veel te hoge snelheid, maar dat is geen erg, want mijn chauffeur ramt gewoon op zijn claxon, waarop de flik opkijkt en enthousiast terugzwaait. 
Het stadsweefsel om me heen verandert snel, van groezelige steegjes en statige gebouwen naar torens van staal en glas. In de verte zie ik mijn hotel voor de komende vier nachten opdoemen: een blinkende toren op een kruispunt getooid met palmbomen en een enorme, bruisende fontein. Ik besef dat deze dolle taxirit een mijlpaal is. Voor me liggen maatpakken en vergaderingen, achter me de vrijheid van de afgelopen twee dagen. Dat deel is voorbij. 

Maar man, wat heb ik ervan genoten!

De taxi zet me af voor de lobby van het hotel, en een meisje in onberispelijk mantelpak komt me helpen met mijn bagage. Plots ben ik me bewust van hoe onfris ik er zelf uitzie: een slobberige T-shirt, afgedragen jeans, vuile schoenen. Prima om op te gaan in de oude stad, maar beslist niet op mijn plaats in deze prachtige lobby! In mijn reistas zitten een maatpak en een hele reeks hemden, maar die zijn voor morgen. Vanavond blijf ik nog lekker in mijn ouwe plunje, de meest tastbare herinnering aan mijn citytrip in Mexico City.