20 sep. 2011

Canada 2011: Vancouver (dag 3)


Kreunend en steunend hesen we ons uit bed. Ochtend, maar niet het soort waar we de afgelopen twee weken naar hadden uitgekeken. Vandaag was het namelijk tijd om in te pakken en weg te wezen. Om 11:15 vertrok onze vlucht al naar Montréal; reken daar twee uur eerder aanwezig zijn bij, de rit heen (zo'n halfuurtje vanuit de jeugdherberg) en het obligate inpak- en vreetwerk, en je beseft al dat er opnieuw van uitslapen geen sprake was.



De luchthaven van Vancouver ligt op een eiland ten zuiden van de stad, met de weinig prozaïsche naam Sea Island. Het grootste deel van het eiland bestaat uit natuur, als compensatie voor de milieu-impact van de luchthaven. Niet dat je daar veel van merkt eens je het luchthavendomein binnenrijdt. Bovendien heerste er een vrij sombere stemming in de wagen, ons hoofd stond niet naar leuke wetenswaardigheden. Wat kan jou in godsnaam de begroeiing schelen, als je op het punt staat verscheept te worden naar het land van terug-thuis!

Er was echter een klein lichtpuntje aan ons vertrek (zei hij in een understatement ter grootte van een berg): eens thuis, zou ik eindelijk mijn meisje weer zien! Je weet wel, dat geval waar ik vlak voor ik op reis vertrok nog over schreef. De laatste dagen was ik haar namelijk behoorlijk beginnen missen. Een groot deel van mijn breincapaciteit ging dagelijks naar het berekenen van het tijdsverschil tussen Canada-West en België, zodat ik wist wanneer ik kon telefoneren. Het besef dat ik heel gauw weer bij miss Cathy zou zijn, maakte me week in de knietjes. Ik kon al bijna...
Wacht eens even, wacht eens even. Heel gauw? Ho maar, cowboy! Eerst dienden we nog een vlucht van bijna 5 uur naar Montréal te trotseren, en daarna nog een van zo'n 7 uur naar Brussel! Plus nog wat uurtjes wachttijd hier en daar... Aldus bekeken werd "heel gauw" dus al snel een eindeloze lijdensweg.
En dus gebeurde het als volgt: Vancouver Airport: wachten, aanschuiven, neerploffen in vliegtuigstoel en na opstijgen wat proberen te slapen (niet gelukt, maar wel coole films gezien!). Dan Montréal Airport: zifzafzoeven om op minder dan een uur tijd van de aankomsthal naar de vertrekhal te rennen, weer aanschuiven, instappen en neerploffen in vliegtuigstoel. Nu iets geslaagdere poging gedaan om te slapen, hoewel het volgens ons bioritme op moment van opstijgen nog geen vijf uur 's avonds was - in België was het al bijna twee uur 's nachts, dus een tukje doen was helaas noodzakelijk. Geestig is dat ze aan boord met de maaltijden rondkomen op de normale uren, maar dan volgens de tijdzone waar ze op dat moment boven vliegen.  Om zes uur bioritmetijd kwamen ze rond met het avondeten, een uurtje later gingen de lichten uit, en nog eens drie uur later gingen de lichten alweer aan en werd het ontbijt geserveerd. Raak daar maar uit wijs!
Maar heel die tijd zat ik te glunderen in het vliegtuig, want elke seconde bracht me maar liefst 226 meter dichter bij mijn lief (ja, ik heb het uitgerekend)! Zelfs toen mijn buurmeisje Ann lichtjes misselijk begon te worden, en dat lichtjes overging en redelijk, serieus en tot slot gigantisch. Arme Ann: ze slaagde erin haar maaltijd binnen te houden tot we geland waren... en geen minuut langer.

Zaventem: afscheid en hereniging. Je kent het wel. Eerst word je als vanouds gepest door het boordpersoneel, dat je verbiedt al van boord te gaan. Vervolgens word je getergd door de bagageband, die alle koffers in een mum van tijd uitspuwt, maar de jouwe natuurlijk lekker gemeen achterhoudt. Je maakt van de gelegenheid gebruik om afscheid te nemen van je nieuwe en oude vrienden, glimlacht wanneer Bassie weer typisch Bassie is en schatert als Frank weer een Frankske doet. Een zalig intermezzo, je geniet, bijna nostalgisch - maar op dat moment draait het om wachten. De reistas eindelijk daar? Mooi, verder maar weer! Nu loop je het risico door die monsters van de douane tegengehouden te worden (niet dat je iets illegaals doet, maar het tijdverlies!!). En dan, ten slotte, ten langen leste, eindelijk: de poort naar de vrijheid. Je ziet ze van ver, je ziet de kleuren na al die onnatuurlijke witheid, je ruikt weer geuren die je bijna was vergeten: België... We stappen door de poort, dralend en hunkerend tegelijk. Midden in de aankomstzone, mooi in de weg van iedereen, nemen we afscheid voor de zoveelste maal.

Een hees fluitje, vreemd herkenbaar.

Je fronst.
Je haalt de schouders op, en wil net iets zeggen tegen Bassie, wanneer opnieuw...

Een hees fluitje, vreemd herkenbaar.

Je draait het hoofd naar de bron van het geluid. Rechts. Alles lijkt slow motion te lopen, alsof er roeste kogellagers in je nek zitten. Je ziet... Je mond splijt open in een lach nog voor je bewust registreert wie er...  In een fractie van een seconde herken je...
"Cathy!" roep je uit.
Ze rent op je af. Opeens. Alsof je eeuwen bent weggeweest. En het voelt ook zo! Je opent je armen, stapt in slow motion op haar toe, beseft in de splitseconde vóór de inslag dat ze er gewéldig uitziet. En dan beukt ze met volle kracht tegen je aan, jouw lippen als stootkussen voor de hare. En de hele wereld van licht, kleur, lawaai - gerammel-gekletter-geklets-Zavenstemmen - alles valt... weg.

Leegte.
Je lief in je armen.
Je bent moe, hebt spierpijn, blaren... en je lief in je armen. Zalig. 'Ik ga nooit meer op reis,' zijn je eerste woorden. 'Of toch niet meer zonder jou.'
Ze lacht en stempelt je mond dicht met kussen.






EPILOOG

Het is vrijdagmiddag 27 januari 2012, middagpauze, en ik leg de laatste hand aan mijn reisblog. Het heeft, met horten en stoten, maanden geduurd. Volgende keer schrijf ik weer gewoon ter plaatse op wat ik die dag heb beleefd, als je dat maar weet!
Maar wat was het genieten. Nagenieten, bedoel ik dan. Canada 2011 was een geweldige reis, met geweldige mensen. Vorig jaar, Amerika 2010, was met zo'n fantastisch gezelschap dat ik schrik had voor ontgoocheling toen ik naar Canada vertrok. Wel, die schrik was geheel ongegrond. Ik heb prachtige landschappen gezien, in een van de mooiste steden op aarde rondgekuierd, geslapen in een Olympisch dorp en gevaren tussen orka's... maar niets daarvan zou zo gesmaakt hebben zonder mijn sublieme groepsgenoten.

Bassie, Francis, Frank, Luc, Ann, Silke, Mireille, Saskia, Valerie, Nathalie en vooral begeleidster Kristien: bedankt voor de geweldige reis.


.