Lofoten 2013: de trek naar de ferryhalte: te laat is overnachten zonder eten!

17:14


dinsdag 13 augustus 2013

Slapen in een tentje is toch nog anders dan in een berghut, ook al is de ondergrond heerlijk zacht vanwege het mos waarop de tent is opgezet. De wekker staat om zeven, en dus ben ikzelf uiteraard al om zes uur wakker. Een tijdje lig ik tegen het tentzeil aan te kijken, tot het nietsdoen me teveel wordt en ik geen andere keus heb dan de luiken van de wereld te openen. Ik kleed me in mijn slaapzak aan en sluip stilletjes naar buiten, ervoor wakend niemand wakker te maken. Mijn fototoestel vind ik op de tast. Ik doe de ritssluitingen van de tent gauw weer toe, en blijf even roerloos luisteren. Niemand reageert, niemand is wakker geworden. Mooi. 


Ondanks het vroege uur staat de zon al een heel eind boven de horizon, en werpt zijn licht knal in mijn gezicht. De hele hangende vallei lijkt erin te baden, heel anders dan gisteravond. Het valt me op hoe klein de hoek wel is tussen de plaats waar de zon gisteravond is ondergegaan, en vanochtend in de vroegste vroegte weer is opgekomen: nog geen 90 graden. Op sandalen loop ik om de tent heen, op zoek naar een plekje vanwaar ik dit prachtige landschap op de gevoelige plaat kan leggen. Al na een paar stappen zijn mijn trekkingsokken volkomen doorweekt - ik was even vergeten dat mos niet alleen zacht is, maar ook werkt als een spons. Straks, als de rest wakker is, zal ik maar meteen andere sokken aantrekken. Voorlopig blijven het natte voetjes, maar kom, dan weet je weer dat je leeft! En wat een decor voor dat schouwspel! Ik trek heel wat plaatjes die ochtend, maar op het schermpje zie ik al dat bijna geeneen ervan bruikbaar zal zijn: té fel licht vanochtend, té harde contrasten. Hoe betoverend mooi het hier ook is, ik zal het moeten opslaan in mijn interne geheugen. 

<<< afbeelding volgt >>>

Zodra de anderen wakker worden, beginnen we aan het ontbijt. Water wordt gekookt voor thee, brood wordt bovengehaald en besmeerd met choco, confituur, smeerkaas en honing, en iemand begint als een bezetene salamiwordt in blokjes te snijden en door te geven. Het is een geoliede machine, iedereen neemt automatisch een taak op zich. Desondanks zijn we nog niet klaar met het ontbijt wanneer we uit de verte stemmen beginnen te ontwaren. Twee iets oudere mensen komen over de rand gewandeld, en zwaaien vriendelijk. Het blijken Vlamingen te zijn, die de nacht samen met de Jokergroep in de Selfjordhytta hadden doorgebracht. Ze zijn vanochtend in de vroegte vertrokken, en hebben de Jokeraars intussen achter hen gelaten. Tien minuten later, nog terwijl we de opruim van het ontbijt aan het doen zijn, verschijnen dan ook de mensen van Joker. Ze blijven even praten, maar niet te lang, want ook zij willen natuurlijk de ferry halen. Ze vertellen dat een van de groepsleden haar voet had omgeslagen en had besloten met de taxi terug te keren naar de plek waar ze die avond zouden overnachten (Hamnøya), waarop ze maar meteen alle grote rugzakken met de taxi hebben meegegeven. Zij trekken dus vandaag naar de ferryhalte in Kjerkefjorden met een dagrugzakje, wij met al onze bagage. Het besef begint te dagen dat we ons flink gaan mogen inzetten om daar tijdig te geraken...

Zodra ons kamp is opgebroken en alles weggeborgen, vertrekken ook wij voor onze volgende klim. Op het programma vandaag: de beklimming van de Fageråskaret (de pas die hoog boven ons uittorent aan het eind van het dal), dan op gelijke hoogte blijven tot bij de volgende pas, dan afdalen in het dal daarachter, dan weer naar omhoog naar een volgend dal, en ten slotte de afdaling tot bij de ferryhalte. Op, vlak, neer, op, neer dus. Pittig, om het zacht uit te drukken


tocht van Fageråvatnet naar Kjerkforden (blauw, boven), ferry van Kjerkfjorden naar Reine (rood), en tocht van Reine naar Hamnøya (blauw, onder). Klik hier voor een grotere kaart

De Fageråskaret is een pas die als een sikkelvormig, gekarteld mes naar de hemelen is gericht. De weg erheen gaat eerst over mos, dan tussen varens en ander groen spul, en vervolgens wroetend tussen rotsblokken door. Het is ook helemaal geen weg, maar eerder een zoveelste stortbeek waar je - bij goed weer - wat kan klauteren. Want recht omhoog is ook hier het credo. De klim is loodzaar met zo'n rugzak op de rug, maar we zijn niet aan ons proefstuk toe. Kristien heeft bovendien last van haar binnenwerk vandaag, waardoor de beklimming haar erg lastig valt. Ze blijft echter niet bij de pakken zitten en klimt puffend maar gestaag verder, en ik zorg dat ik bij haar in de buurt blijf. Ze heeft zelf geen drinken meer, en dus drinkt ze van mijn Camelbak - waardoor die natuurlijk onbruikbaar wordt voor mij (ik ben nogal gesteld op een goed werkend binnenwerk!). Gelukkig kan ik zo nu en dan van een van de anderen mee drinken. Op die manier bereiken we allemaal tijdig de eerste pas. Het uitzicht is er... fenomenaal. En koud, heel erg koud, waardoor we dus niet te lang kunnen blijven dralen. Er is namelijk een windje opgestoken, en de wolken dreigen de lucht weer dicht te trekken. 

Een laatste blik op de plek waar we de nacht hebben doorgebracht. "Ons" meertje is het minuscule stipje linksboven. Dat erachter is meteen de Selfjord, die in verbinding staat met de zee

Solbjørnvatnet: met voorsprong het grootste meer van Lofoten

Al eerder hadden we geleerd dat wat er op kaart eenvoudig uitziet, niet noodzakelijk ook in werkelijkheid zo moet zijn. Toch staan we versteld over de moeilijkheidsgraad van de zogenaamd "vlakke" oversteek van deze pas naar de volgende. Rechts een helling vol rotsblokken die dreigen op je kop te vallen, links een steile, erg steile afgrond de dieperik in. Terwijl de kaart een braaf, bijna recht stippellijntje toont, wordt van jou verwacht dat je over rotsblokken klimt ter grootte van een huis, met de zekerheid dat, als je hier uitglijdt, je pas helemaal beneden tot stilstand komt. Aan heel kleine flintertjes geraspt.
Wanneer we eindelijk de tweede pas bereiken, openbaart zich een heel nieuw, in naargeestige schaduwen gehuld dal voor ons. Een meertje ligt somber te rimpelen in de knik van het dal, massieve granieten wanden torenen er eindeloos ver bovenuit. Geen tijd om van het uitzicht te genieten echter, we hebben een deadline te halen! 

De afdaling is quasi recht omlaag, over glibberig gras en wiebelige rotsen. Ik zie bijna iedereen wel eens onderuitgaan op die helling, en maak zelf ook een aardig valletje mee, maar Kristien wordt op wondere wijze gespaard: hoewel ze nog steeds niet tiptop is, krijgt ze nu eindelijk een etappe die haar precies op het lijf geschreven is. Als een volleerd downhillkampioene haast ze zich de helling af, en laat ons daarbij ver achter zich. Voor ons stervelingen duurt de afdaling bijna een uur, alle glibberpartijen meegerekend, en is doodvermoeiend. Als we een goed pad hadden gehad - een pad dat, ik zeg zomaar wat, slingerde om de steilste stukken te overbruggen -  dan was deze helling een makkie voor ons geweest, maar zo à la Norvège is het bij elke stap opletten geblazen dat je je enkels niet omslaat of op je gat valt. Dat laatste klinkt ludiek, maar met een rugzak van pakweg 20 kg is dat niet zo hilarisch meer. 

uitzicht vanop de tweede pas. De derde pas bevindt zich om het hoekje

rechts gaapt de zee, maar het is de pas links (onzichtbaar op de tweede foto) waar we tegenaan zullen moeten klimmen

Hoe het ook zij, op een of andere manier slagen we erin zonder kleerscheuren het dal te bereiken. Eenmaal beneden begint mijn maag serieus te rammelen. Het is middag geworden, en niets kan me daar zo goed aan herinneren als mijn eigen lijf. Ik wil eten nu, even rusten en wat krachten op doen, maar dat is helaas onmogelijk. De deadline van de ferry hangt als een zwaard van Damocles boven ons hoofd. Als we dit missen, zitten we heupdiep in de str... Nu, je begrijpt wat ik bedoel. Geen lunch dus, en meteen beginnen aan de beklimming van de derde en laatste pas van vandaag. Amper 190 meter hoog is deze, maar het is niettemin de stevigste van de dag. Ik ploeter een beetje voort met de rest, maar tot mijn afgrijzen begin ik na een tijdje opnieuw achterop te geraken. Gelukkig is er deze keer Paul, die trouw bij mij blijft en het schamele beetje water met me deelt dat hij nog heeft weten te bewaren. 


het Horseiddal, met vooraan het meer Horseidvatnet, erachter de baai Horseidvika. Echt origineel zijn de namen hier niet

Wanneer we eindelijk, lekker uitgeput, bovenop de pas aankomen, worden we beloond met een machtig uitzicht: onder ons ligt het gehucht Kjerkfjorden op de kop van de gelijknamige fjord, daarachter strekt het water zich uit tot bij de talloze eilandjes die deze fjord afsluiten, en met dijken en bruggen met elkaar verbonden zijn. Het meest linkse eilandje is onzichtbaar, maar het roept ons niettemin: daar is het dat we de komende dagen zullen overnachten. Hamnøya. Maar voor we daar geraken, moeten we eerst maken dat we tijdig bij de ferry zijn!

Kjerkfjorden, met een machtig uitzicht tot bij de eindeloze zee. De ferryhalte ligt net achter de hobbel op de voorgrond

De afdaling aan deze kant valt echter in niets te vergelijken met de rest van de paden die we vandaag al hebben gedaan. Niet langer moeten we bij elke stap opletten waar we onze voeten zetten, nee, dit pad is prima begaanbaar, en slingert zelfs waar het wat steil wordt. Daar komt nog bij dat er enorme stukken gladgeschuurde rots blootliggen, die gestaag afhellen. Bijna als een lapje afsfalt. Terwijl de afdaling moeizaam ging, blijk ik bij de afdaling nieuwe energie te krijgen. Het omgekeerde van eergisteravond doet zich voor: een voor een vallen mijn vrienden weg terwijl ik me met een boost aan energie de helling af werp. Als laatste volgt Kristien, nochtans een pittig downhillbeest, en daarna is het gewoon gaan, steeds verder, steeds lager, tot ik moeite moet doen om mijn benen bij te houden. 

De ferryhalte in Kjerkfjorden is weinig meer dan een houten steiger waar een klein wachthuisje op is gebouwd. Op het uiteinde liggen de mensen van Joker al te dutten in de zon. Wij doen een tijdje hetzelfde, tot onze honger ons uiteindelijk te machtig wordt. We proppen ons in het wachthokje en installeren ons om een olievat waarop een plank is gelegd: de beste tafel die we in twee dagen hebben gehad. Binnen blijken bovendien nog twee mensen te zitten: het iets oudere koppel dat ons vanmorgen passeerde. Onder het eten wisselen we straffe verhalen uit, en er wordt heel wat afgelachen. En de ferry? Wel, die laat op zich wachten. Het zal nog bijna een uur duren eer die om de bocht verschijnt.

Het naspel

Wanneer de ferry dan toch verschijnt, blijken er al een heleboel mensen aan boord te zijn. We geraken er gelukkig nog bij, nét. Moe maar voldaan stomen we door de fjord. Na een korte stop in een ander minuscuul dorpje (Vindstad) stevenen we met stuivend boegwater af op de brug die twee eilandjes aan het einde van de fjord met elkaar verbindt. De ferry neemt een scherpe bocht, rondt nog wat eilanden en krult tot slot de baai achter het Reine-schiereiland in. Hij legt aan, en wij gaan van boord. Al wat ons nu nog rest is de wandeling naar onze hut op het Hamnøya-eiland, toch nog een stevige 5 km. Maar gelukkig hebben we deze keer een goed begaanbare weg, en twee mooie tussenstops: de supermarkt op één eiland, en de viswinkel op een ander. Uitgeput, maar kriebelig opgewonden komen we uiteindelijk op bestemming aan. En de hut? Die is fan-tas-tisch. 

de baai achter het Reine-schiereiland, gezien vanop het vasteland

Hamnøya... eindelijk!

Over en uit, vrienden. Tot morgen!

Ben je benieuwd naar de rest van het verslag? Klik dan hier.

You Might Also Like

0 reacties